Vrouwen verdienen in de private sector gemiddeld 14,5 procent minder per uur dan mannen. Dat blijkt uit cijfers die de rijksoverheid in mei 2026 publiceerde bij het indienen van nieuwe wetgeving over loontransparantie. Een deel van dat verschil komt door sectorkeuze en parttime werken, maar een ander deel niet. Vrouwen vragen simpelweg minder vaak om meer geld, en als ze het al doen, bieden werkgevers vaker tegenstand.
Dat betekent dat je dit zelf voor een deel kunt veranderen. Niet volledig, want de structurele kant vergt wetgeving. Maar een deel van de kloof sluit je door gewoon beter te onderhandelen.
Waarom vrouwen minder onderhandelen
Het heeft niets met ambitie te maken. Onderzoek wijst keer op keer uit dat vrouwen de situatie anders inschatten dan mannen: ze verwachten dat een goed resultaat vanzelf beloond wordt, terwijl mannen vaker vanuit de aanname werken dat ze moeten vragen. Bovendien lopen vrouwen in salarisgesprekken vaker tegen een dubbele standaard aan: wie als man assertief onderhandelt, heet stevig. Wie als vrouw hetzelfde doet, heet lastig.
Dat weten, helpt. Als je begrijpt waarom het ongemakkelijk voelt, kun je het ongemak scheiden van de vraag zelf. Het is geen karakter dat je moet veranderen. Het is een vaardigheid die je kunt leren.
Bereid je voor met concrete cijfers
Het grootste verschil tussen een geslaagd salarisgesprek en een mislukt zit in voorbereiding. Ga niet het gesprek in met "ik vind dat ik meer verdien." Ga het gesprek in met bewijs.
Dat betekent drie dingen:
- Marktcijfers. Zoek op wat mensen in vergelijkbare functies verdienen, via platforms als LinkedIn Salary, Nationale Vacaturebank of sectorspecifieke rapporten. Weet wat de markt betaalt.
- Eigen prestaties. Stel een lijstje op van concrete bijdragen in het afgelopen jaar. Niet vaag ("ik werk hard"), maar specifiek: projecten die je trok, besparingen die je realiseerde, resultaten die je behaalde.
- Een getal. Noem zelf als eerste een bedrag of bandbreedte. Wie als eerste een getal noemt, verankert de onderhandeling. Vraag iets hoger dan het minimum dat je acceptabel vindt - er wordt altijd onderhandeld.
Wat je letterlijk kunt zeggen
De openingszin is het moeilijkste. Voor veel vrouwen voelt het noemen van een concreet bedrag al als te veel vragen. Dat gevoel is begrijpelijk maar onjuist, en het helpt om zinnen te oefenen totdat ze vanzelf komen.
Een paar opties die werken:
- "Op basis van mijn bijdragen dit jaar en wat ik in de markt zie, wil ik graag mijn salaris bespreken. Ik denk aan een verhoging naar X."
- "Ik ben blij met hoe het gaat hier. Is er ruimte om mijn beloning daarop te laten aansluiten?"
- "Ik heb goed gekeken naar vergelijkbare functies. Is er ruimte om dat te bespreken?"
Oefen die zinnen hardop. Dat klinkt overdreven, maar wie zijn opening niet heeft geoefend, struikelt over de eerste woorden en verliest daarmee meteen terrein.
Timing is geen bijzaak
Plan een apart gesprek en vraag niet spontaan na een vergadering of in de wandelgang. Kies een moment waarop je leidinggevende ruimte heeft en niet midden in een stresssituatie zit. Na een succesvol project of een positieve evaluatie is ideaal. Niet vlak na een reorganisatie of een slecht kwartaal.
Vraag gewoon om een moment: "Ik wil graag een gesprek plannen over mijn salaris, wanneer komt het jou goed uit?" Dat klinkt formeel, maar het geeft de ander ook de kans zich voor te bereiden - en wie wil ontwijken, kan dan niet meer doen alsof het gesprek niet heeft plaatsgevonden.
Wat de nieuwe wet verandert
Per 1 januari 2027 wordt het werkgevers verboden om in sollicitatieprocedures naar je salaris uit het verleden te vragen. Dat voorkomt dat bestaande loonverschillen van baan naar baan meegaan. Bovendien moeten werkgevers met meer dan 100 medewerkers periodiek rapporteren over loonverschillen tussen mannen en vrouwen. De overheid wil daarmee meer openheid forceren over wat er eigenlijk speelt, zo staat in het rijksoverheid bericht van mei 2026.
Dit maakt je positie als sollicitant straks sterker: je hoeft niet meer te beginnen vanuit een historisch nadeel. Maar het geldt pas voor nieuwe banen. Voor je huidige functie moet je zelf aan de bel trekken.
Eerder schreven we over wat er verandert rondom loontransparantie en het salaris van je collega's - interessante achtergrond bij dit onderwerp.
Dit doe je anders deze week
Je hoeft het gesprek niet morgen te hebben. Maar je kunt morgen wel beginnen met de voorbereiding. Zoek drie recente vacatures voor vergelijkbare functies. Noteer de salarisindicaties. Schrijf drie concrete dingen op die je het afgelopen jaar hebt bereikt.
Daarna plan je een gesprek. Niet vragen of het mag, gewoon doen: "Ik wil graag even bijpraten over mijn beloning."
Die eerste zin is het moeilijkste. Alles daarna gaat makkelijker. En als je net begint met je carriere en zoekt naar meer houvast, lees dan ook onze tips voor je twintigerjaren - salaris is daarin een van de meest onderschatte knoppen.